‘Meters maken, maar is er ook (sociale) vooruitgang?’
Door: Bram Roovers, fractievoorzitter SP Den Bosch
Deze week hebben D66, PRO, VVD en Rosmalens Belang hun akkoord voor de komende bestuursperiode beklonken. ‘Meters maken’ heet de liefdesbaby van de vier partijen. Het zal, net als in de vorige periode, door zes wethouders worden uitgevoerd, waarvan er drie nieuw zijn.
Tot verrassing en teleurstelling van velen, ook binnen de eigen achterban van D66 en PRO, is de grote verkiezingsoverwinning van die partijen niet omgezet in een formatie over links, met bijvoorbeeld de Bossche Groenen.
Dan rest de vraag: heeft de overwinning van D66 en PRO geleid tot de sociale verandering die je met zo’n uitslag mag verwachten?
Een aantal positieve veranderingen is er wel. De belangrijkste verbetering is de verhoging van de inkomensgrens voor armoederegelingen van 120 naar 130 procent. Een langgekoesterde wens van de SP, die de afgelopen jaren werd geblokkeerd door precies deze partijen. Goed dat het nu wel kan.
Het grootste gedeelte van het akkoord bestaat uit goedbedoelde wensenlijstjes die vaag en oncontroleerbaar zijn geformuleerd. Zo wordt geschreven: ‘we beperken doorgeslagen marktwerking’ in de zorg. Wat ‘beperken’ inhoudt of wanneer marktwerking ‘doorgeslagen’ is, wordt niet gespecificeerd. Punten waarbij het college ‘meer gaat inzetten’, ‘zich gaat hardmaken’ of gaat ‘streven’, zijn talrijk.
Er wordt ook stevig ingezet op vergroening en duurzaamheid. Ook voor de SP is dit belangrijk, zeker als het gaat over het tegengaan van energiearmoede door bijvoorbeeld het isoleren van sociale huurwoningen. Meer groen in de wijken is goed voor het welzijn van zowel mens als natuur. Dit gedeelte van het akkoord ziet er goed uit, dat mag zeker gezegd. Maar het gevoel bekruipt ons dat D66 en PRO het grootste gedeelte van hun onderhandelingspositie in dit stuk hebben gestoken en andere paragrafen door rechts hebben laten schrijven.
Dit komt het meest naar voren in de ronduit teleurstellende woonparagraaf. De VVD, die tijdens de campagne dreigde het nieuwe station te gaan betalen door de bouw van sociale huurwoningen te beperken, lijkt deze paragraaf gedicteerd te hebben. Den Bosch blijft van de nieuwbouw slechts 30% sociaal bouwen, waar ook tijdelijke woningen onder worden gerekend. Aangezien bijna de helft van de Bossche huishoudens op basis van het inkomen aanspraak kan maken op een sociale huurwoning, zorgt dit voor een blijvend tekort. Voor mensen met een laag inkomen is zo steeds minder ruimte in Den Bosch. Zij worden naar de veel te dure particuliere huursector en/of andere gemeenten gejaagd.
Tot slot wil het nieuwe college Diftar invoeren in de afvalheffing. Dit staat voor ‘gedifferentieerde tarieven’, waarbij je betaalt voor gebruik, in plaats van een vast bedrag per maand. De kosten van het afvalprobleem, dat door de industrie is veroorzaakt, wordt zo bij de gebruiker neergelegd zonder aandacht voor de persoonlijke situatie. Een alleenstaande moeder met jonge kinderen moet vieze luiers toch ergens kwijt, die worden in dit systeem dus extra belast. Diftar is in veel gemeenten ingevoerd met vaak frustrerende gevolgen (meer zwerfafval en bijplaatsingen). In Arnhem stemden de bewoners dit systeem weg bij een referendum. Het is een rechtse en asociale manier om afvalheffingen te organiseren.
Eindoordeel. De verandering waar de Bossche bevolking voor heeft gestemd, blijft grotendeels uit. Er worden weliswaar meters gemaakt, van fundamentele sociale vooruitgang is geen sprake.
