29 januari 2005 • Op het gemeentehuis vraag ik een uitdraai van de beschikkingen voor de WVG op het gebied van vervoer. De dame achter de balie kijkt wat wantrouwend: ‘Die heb ik hier niet.’ ‘Kunt u ze voor me opzoeken, mevrouw?’ Weer die argwanende blik: ‘Ik zal kijken of ik iets kan vinden voor u.’ Enkele minuten later komt ze terug met kéurige en kleurige foldertjes waarin staat wat Den Bosch allemaal doet voor onze medemens met een handicap. ‘Nee, mevrouw’, zeg ik, ‘hier heb ik niets aan. Ik wil graag weten hoe de regels precies zijn. Deze info is te algemeen.’ In het gezicht vóór me groeit de argwaan. ‘Ziet u, ik ga vanmiddag iemand interviewen die hiermee te maken heeft en ik wil weten wat de gemeenteraad over deze zaken heeft beslist.’ Het woord ‘interview’ heeft effect. Zou ze al vette krantenkoppen voor zich zien? Na ruim een half uur wachten, krijg ik een stapel kopieën die nog warm zijn.
Door omstandigheden moest ik de afspraak met Peter een dag opschuiven. ‘Geen probleem, hoor,’ klonk het goedmoedig aan de andere kant van de telefoon, ‘ik ben toch altijd thuis.’ Peter hoort bij de groep mensen die een WAO-uitkering hebben, omdat ze voor meer dan tachtig procent arbeidsongeschikt zijn verklaard. Hij leed aan de ziekte van Burger. Er raakten bloedvaten in zijn benen verstopt en daar kwam een bacterie bij. Balkenende had hetzelfde, maar die had geluk en Peter had pech. In 1986 werd een van zijn onderbenen geamputeerd. Het ziekteproces ging door en nu mist hij allebei zijn benen volledig.
Effe checken
Behendig manoeuvreert hij met zijn rolstoel en zet in zijn
aangepaste keuken een lekkere kop koffie voor me. Over regelingen
en de stroperigheid van instanties hoef je hém niets te
vertellen. Eén voorbeeld: hoewel hij al tien jaar een
invalidenparkeerkaart heeft en je toch bepaald geen orthopeed
hoeft te zijn om te weten, dat geamputeerde benen niet meer
aangroeien, moest hij onlangs vanwege de nieuwe Europese regels
door het RIO opnieuw gekeurd worden. Ze moesten even nagaan of
hij toch echt wel een invalidenparkeerkaart nodig had. De
keuringskosten à 90,-- werden niet vergoed.
Zelfredzaam
Peter woonde na zijn scheiding een aantal jaren alleen. Dank zij
de aangepaste auto die hem in 1989 was verstrekt, kon hij
redelijk mobiel blijven. Bij de revalidatie had hij geleerd om
zonder hulp van anderen van zijn rolstoel in de auto te komen, de
rolstoel op te vouwen en achter de bestuurdersstoel te zetten. Zo
kon hij zelfstandig boodschappen doen, zonder daarvoor altijd
aangewezen te zijn op de dure supermarkten die vlakbij zijn huis
liggen ,en dus met zijn rolstoel bereikbaar zijn. Hij kon ook
zelf naar het ziekenhuis rijden, een keer per jaar in het
provinciehuis het concert bijwonen dat de ‘Lions
Club’ organiseert en vooral ook op eigen gelegenheid
richting Vinkeveen tuffen, naar zijn moeder, zijn broer en zijn
zus. De auto was aangeschaft door de WVG, die ook de verzekering
en de belasting betaalde. Het onderhoud was voor zijn eigen
rekening.
Samen sterker Een aantal jaren later ontmoette hij Eric. Het klikte tussen hen. Ook Eric had het nodige te verwerken gehad en kon niet volledig zelfstandig wonen. Na een tijdje werd in overleg met de SPD besloten dat Eric bij Peter zou intrekken. Ze ondersteunen elkaar prima: Eric poetst het huis en verzorgt de tuin, Peter is voor Eric een steun door de aandacht, die hij hem geven kan. Ze wonen inmiddels tien jaar in hetzelfde huis. ‘Wij besparen de overheid veel geld op deze manier’, zegt Peter. Van zijn uitkering en van het bescheiden bedrag dat Eric verdient op een WSD-vestiging, hielden ze elke maand wat over. Dat werd weggezet: ‘Voor onze ouwe dag’, zegt Peter. ‘We moeten immers meer initiatief nemen, méér zelf verantwoordelijk zijn. Dat hoor je politici toch steeds zeggen? Nou, dat hebben wij gedaan. We gaan ook nooit op vakantie en stellen weinig eisen. Maar nu word ik daar wel voor gestraft.’
Regels en rechtvaardigheidsgevoel
Op een gegeven moment kreeg Peter vorig jaar bericht, dat hij
niet langer in aanmerking kwam voor een aangepaste auto. Het
gezamenlijk inkomen van hem en Eric, als voordeurdelers, met
daarbij opgeteld het zelf bij elkaar gespaarde geld, kwam boven
de gestelde norm uit. Als ‘tegemoetkoming’ mocht hij
de vijftien jaar oude (!) auto houden, maar behalve het inmiddels
dure onderhoud zouden nu ook belasting en verzekering voor eigen
rekening zijn. Peter besloot niet op dit aanbod in te gaan en de
auto verdween dus.
Hij ervaart dit als een grove onrechtvaardigheid, omdat hij van
mening is dat hij en Eric door gezamenlijk te wonen, de
maatschappij een fors bedrag besparen aan professionele hulp die
anders nodig zou zijn.
Hij voelt zich nu afhankelijk van Eric, die bovendien overdag
naar zijn werk is. Op eigen gelegenheid naar vrienden en
kennissen toe? Dat kan niet meer. Moet hij naar het ziekenhuis,
of in verband met de aanvraag voor een identiteitskaart
bijvoorbeeld twee (!) keer naar het stadskantoor, dan is hij
afhankelijk van anderen. Gelukkig is de werkgever van Eric
soepel: als Peter naar het ziekenhuis moet en hij meegaat, hoeft
hij maar de helft van de gemiste uren zelf te betalen. Ondanks de
goedmoedigheid die Peter uitstraalt, zit dit alles hem dwars. Er
is hem een stuk vrijheid ontnomen en dat vindt hij niet terecht.
Wrang merkt hij op: ‘En wat denk je bijvoorbeeld van de
luxe van dat nieuwe stadskantoor? Ik heb een keer gevraagd:
‘Mag ik hier wel binnen met mijn natte rolstoel? Hoeveel
zou die vloer per m2 kosten?’
Uitrazen een oplossing?
Door de lange wachttijd aan de balie had ik geen kans gehad om
het informatiemateriaal vooraf voldoende door te spitten.
’s Avonds las ik dus pas dat onder de WVG ook valt.. dat er
een ‘uitraasruimte’ kan worden vergoed, waar mensen
met gedragsproblemen tot rust kunnen komen. Zou een mooie actie
op kunnen leveren, denk ik: iedereen die werkelijk gestoord raakt
van de hedendaagse politiek (bij welke SP’er is dat niet
het geval? gaat een aanvraag indienen voor een
‘uitraasruimte’. Hoe lang zou het duren voor die
toegekend wordt?
Ik ken een geval van een vrouw met botkanker die veertien maanden
geleden een traplift aanvroeg om thuis te kunnen blijven,
verzorgd door haar man en kinderen, ondersteund met wat uren
thuiszorg. Ook die mensen bespaarden de gemeenschap het geld van
een verpleeghuis. De lift werd vorige maand geïnstalleerd,
veertien dagen voor haar overlijden. Ik vrees dus dat mensen die
een uitraasruimte aanvragen aan een hartstilstand overleden
zullen zijn voordat de papieren op het juiste bureau zijn
neergedwarreld..
Interview met Peter, door Toos Verdonk
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP:
Bezoek onze vernieuwde shop. Mooie kleding, leuke gadgets,
interessante boeken en rapporten...